De kliniek – week 1

De afgelopen week was een duik in het diepe. Eentje waarin ik af en toe het gevoel had niet genoeg zuurstof meer te hebben, even naar de kant zwom om naar adem te happen, en vervolgens weer terug het water in te gaan. 
Ik zou wel vier kantjes vol kunnen schrijven over wat ik allemaal voelde deze week maar heb besloten om twee gesprekken uit te lichten. Twee gesprekken in hetzelfde ziekenhuis, over dezelfde situatie maar gevuld met totaal verschillende emoties. 

De intake 
Met mijn ademhaling nog hoog rij ik de parkeergarage uit. Naast me zit Guus een spelletje te spelen op mijn telefoon. Terwijl ik de straat uitrij zie ik de hekken van de kliniek uit mijn ooghoeken verdwijnen. We hebben zojuist een intake gehad met de psychiater, arts-assistent en de team coördinator. 
Terwijl het gesprek probeert te landen vraag ik me af wat maakt dat ik zo gespannen word van dit soort gesprekken. 
Het is nogal een drempel is die je over moet, iedere keer weer, om ergens aan te geven dat je hulp nodig hebt en dat je de regie over het dierbaarste dat je bezit kwijt bent. Vooral in het begin, die eerste gesprekken, voelde ik me als moeder enorm kwetsbaar en onzeker. 
En vandaag dus weer, dat gevoel van kwetsbaarheid, spanning en verdriet overviel me.
Want terwijl Guus een spelletje memorie speelt met de arts, spreken wij over zijn woede-uitbarstingen, de trajecten die we al bewandeld hebben, de zorgen die we hebben en de doelen die we hopen te bereiken op deze plek. Daaropvolgend vertellen zij over de plek, de behandeling, over hun isoleerkamer, hoe de komende maanden eruit komen te zien en ondertekenen we een reanimatieverklaring (tja, het blijft een ziekenhuis).

Er heerst een voelbare hiërarchie in de kamer tussen de specialisten en ons. Er wordt aangesproken met ‘u’ en de grapjes die ik maak om de spanning te breken worden niet opgepakt. We vergaderen over onze zoon, zoomen in op zijn negatieve gedrag en spreken over de isoleerkamer alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En ik voel dat hoe meer er gedaan wordt alsof dit een ‘normaal’ gesprek is, dat het vanzelfsprekend is dat wij hier zitten, ik me steeds raarder begin te voelen.
Er wordt van me gevraagd een objectief beeld te schetsen van mijn kind, mijn lieve kleine zoon. Ik vertel over zijn woedeaanvallen en de agressie die daarbij komt kijken, over hoe hij zijn speelgoed kapot gooit tegen de deur wanneer het hem te veel is en hoe hij het hele huis wakker houdt wanneer hij de dag niet verwerkt krijgt. Het is een onnatuurlijke rol waarin ik me bevindt. Ik voel me tijdens het gesprek continue schipperen tussen de rol van een hulpverlener en die van mij als ouder. Aan de ene kant sta ik wanneer ik een objectief beeld schets van de situatie, van een jongetje met ernstige gedragsproblemen, en aan de andere kant sta ik wanneer ik aanvul dat dat jongetje, onze zoon, eigenlijk een heel zacht en lief jongetje is die het vooral heel moeilijk heeft om de wereld om zich heen te begrijpen.

Dat wisselen tussen rollen, praten over- in plaats van met, het communiceren op verschillende niveaus en het ijs dat niet gebroken werd. Dat is waarom ik zo gespannen wordt van dit soort gesprekken bedenk ik me, terwijl ik onze straat in rij en mijn ademhaling voel zakken.

Het oudergesprek
Ik verwacht te worden binnengehaald door een grijsharige, van middelbare leeftijd, wollige man met een brilletje op. De deur gaat open en een jonge gast, begin dertig met wilde blonde haren, hippe schoenen en een openvallend bloesje aan roept ons binnen. Hij stelt zich voor waarna hij gaat zitten in een rode stoel tegenover ons. Zijn voet legt hij over zijn andere been en zijn handen voet hij in elkaar, een relaxte houding. Ik voel me allesbehalve relaxt dus probeer zijn houding over te nemen in de hoop dat dat ook mij dat iets meer comfort biedt. 
“Zo, het is niet niks om hier zo te zitten met jullie zoon. Mijn rol voor de komende periode is jullie door deze heftige turbulente tijd heen te helpen.” Hij kijkt van Steven naar mij en weer terug. Ik voel een stukje spanning van me afglijden. 
“Tja, het went” lieg ik. “Dit is inmiddels de 4de plek waar we zitten met Guus, dus we hebben hoge verwachtingen” hoor ik mezelf zeggen en ik tover een glimlach op mijn gezicht. 
“Dat hoor ik vaak van ouders dat ze zeggen dat het went. En dat snap ik dat je dat zo voelt, maar het is goed om erbij stil te staan dat het niet normaal, is en dat je dit lastig mag vinden.” 
Ik slik mijn tranen weg en voel tegelijkertijd een stuk ontspanning in mijn lijf plaatsnemen. Die erkenning voor het absurde, praten op hetzelfde niveau, niet over maar met, gewoon van mens tot mens. Ik kan hem wel omhelzen bedenk ik me. Dit is wat ik nodig had. De rollen vervagen naar de achtergrond en we praten met elkaar, over het allerliefste jongetje dat ik ken, die deze wereld gewoon niet kan begrijpen en daarbij hulp nodig heeft. Alle neuzen dezelfde kant op in plaats van op ons gericht. 

Deze twee gesprekken hebben veel in me losgemaakt de afgelopen week. Een duidelijk voelbaar contrast. En wat me vooral bijblijft is die zin van de ouderbegeleider. Een gesprek dat hij bewust, of onbewust, begon met een klein stukje erkenning. Erkenning van onschatbare waarde die zelfs de koude kille ziekenhuiskamer een beetje kleur gaf. 
Het doet me denken aan wat mijn moeder altijd zegt: Angst, spanning, boosheid en frustratie hoopt zich op als een ijsblokje in je buik. Dat ijsblokje wordt op een gegeven moment te groot en begint te drukken. Wanneer je verdriet toelaat smelt het blokje en ontstaan er smelttranen. Die tranen moet je omarmen. Ze geven ruimte en verlichting. 
Precies dat gebeurde er tijdens de gesprekken afgelopen week. Tijdens het eerste gesprek voelde ik het ijsblokje groeien met angst en spanning. Na het tweede gesprek voelde ik het blokje smelten. De smelttranen stroomden en gaven verlichting en ruimte voor positiviteit.

“Zonder regen geen regenboog”  – Op naar een nieuwe week. 

“Zonder regen geen regenboog”

7 Comments

  • Barbera

    Wow tranen in mijn ogen….. Herkenbaar hoe je je rolals ouder/ hulpverlener beschrijft. Je slaat daarin de spijker op zijn kop. Ik ben dankbaar dat je dit wilt delen. Hoop dat de weg wat minder hobbels mag bevatten voor jullie.

    Liefs en een dikke knuffel.

    • Florien van Heest

      Lieve Viev en Steven wat een moeilijke weg om te gaan . Wat fijn dat jullie ook een menselijk gesprek hadden..! 2 wkn geleden zag ik hoe moeilijk het voor jullie was en nog is natuurlijk. Ik hoop dat er verlichting komt.. helderheid…veel liefs Florien

      • Abel

        Hi Viv en Steven, sterkte komende tijd! Erg indrukwekkend om te lezen. Houd het vertrouwen, jullie komen er vast uit met z’n allen en Guus voorop! 🙂

  • Natascha

    Zo herkenbaar! Wat heb je dit goed omschreven. Heel veel respect hoe jullie dit doorlopen. Ik wens jullie heel heel veel sterkte en een dikke knuffel voor jullie prachtige zoon Guus

  • Daan

    Super mooi geschreven! Een waardevolle inkijk in wat jullie allemaal meemaken en wat het met je doet. Mooi om te lezen hoe je hierop reflecteert en niet simpelweg ondergaat. Ik kan me voorstellen dat jij/jullie met zo een instelling hier allemaal door groeien. Veel succes de komende tijd!

  • Geesje

    Poe jullie verhaal komt wel even binnen.
    Ergens zo herkenbaar. In loop zelf ook tegen dat contrast aan.
    In de afgelopen 20 jaar als zorgverlener heb ik hier nooit inzichten overgekregen m.b.t. in het omgaan van emoties van ouders.
    Nu ik zelf aan de andere kant van de tafel zit, heb ik ze wel. Gevoelens waar niets of niemand je op voorbereid.

    Heel dapper dat jij jullie verhaal doet.
    Dikke knuffel ❤

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *